
Klagende burgers blijven met de schade zitten
AlgemeenBRUMMEN – Of de gemeente Brummen op de juiste manier toezicht heeft gehouden en of alles volgens de regels is gegaan, is uitgelopen op een slepend conflict. Een handhavingsverzoek werd in 2019 – zoals de onafhankelijke bezwarencommissie vorige week vaststelde – ten onrechte door de gemeente als melding beschouwd. Inmiddels is het dossier uitgedijd tot een welhaast onwarbare kluwe procedures. Door de thans bestaande situatie om te zetten in een nieuw bestemmingsplan lost de gemeente haar problemen op, maar de klagende burgers lijken met de schade te blijven zitten.
In het Brummense buitengebied werd in 2014 besloten in het kader van de rood voor roodregeling bedrijfsgebouwen van een (voormalig) agrarisch bedrijf af te breken. Ter compensatie mocht op het perceel een nieuwe woning worden gebouwd. Bij die bouw ging het een en ander mis. Het terrein werd, zo beweren de buren, opgehoogd en de woning werd niet gebouwd op de plek waar zij was vergund. Verder werd strijdig gebruik van de grond rond de woning vastgesteld.
Ophogen
Met name dat ophogen van het terrein in strijd met de planregels zorgt ervoor dat bij heftige regenval het perceel afwatert naar buurmans boomgaarden. Dat water kan niet weg en langdurig natte voeten is funest voor de fruitbomen.
Verzoeken om te handhaven heeft de gemeente (ook in bezwaar) steeds afgewezen. Er is beroep ingesteld, maar daar moet de rechtbank nog een beslissing over nemen. Als de gemeenteraad volgende week donderdag groen licht geeft, wordt de huidige situatie juridisch in een bestemmingsplan vastgelegd. Volgens de bezwaarmakers is dan een belangrijk deel van het procesbelang weggepoetst.
Tijdens de discussie in de forumvergadering van vorige week vroeg met name raadslid Dity Zuidwijk-Van Lenthe zich af welke gevolgen de bestemmingsplanwijziging heeft voor de lopende handhavingsprocedures. “Waarom niet de besluitvorming over die procedure niet afwachten?” vroeg zij zich af.
Geschil
Dat een deel van het geschil met deze wijziging wordt weggenomen erkent ook wethouder Pouwel Inberg in zijn beantwoording. Hij is van mening dat het college met dit plan het strijdig gebruik van de grond legaliseert. Een stukje met de bestemming Recreatie – Verblijfsrecreatie alsmede een veel groter deel met de bestemming ‘Agrarisch met waarden - Landschapswaarden A’ is nu in gebruik als tuin en krijgt dat het voorliggende plan ook. Ondanks het feit dat het overkoepelende bestemmingsplan Buitengebied het begrip tuin niet kent, vindt het college dit nu passend.
Vier jaar geleden dacht het toenmalige college (en de gemeenteraad) daar anders over. Circa tachtig procent van de oorspronkelijke recreatiebestemming lag op de naastgelegen kavel. Ook daar kreeg die toen een andere bestemming, maar er was, met als argument de ligging in het nationaal landschap, conform de systematiek van het overkoepelende bestemmingsplan, maar één smaak voor de nieuwe bestemming was: “’Agrarisch met waarden - Landschapswaarden A”.

















