Logo brummensnieuws.nl
Van Dijk, officier van dienst
Van Dijk, officier van dienst

Officier van dienst Van Dijk tevreden over aanpak brand Brummen

BRUMMEN - Om 01.15 uur in de nacht van 11 op 12 oktober gaat de pager van Thomas van Dijk in zijn Larense woning af. De officier van dienst van de brandweer schiet in zijn kleren. Hij zal die nacht zijn bed niet meer zien. Want de brand in Brummen waarvoor hij is opgeroepen zal een zeer grote blijken te zijn. Een kleine zeventig brandweerlieden zijn uiteindelijk nodig om de brand meester te worden. Thomas van Dijk kijkt terug.

"Het was al snel duidelijk dat het vermoedelijk om een serieuze brand ging. Er kwamen meerdere telefoontjes binnen bij de meldkamer van mensen die de brand hadden opgemerkt. Dat is al een indicatie. De chef van de eerste eenheid ter plaatse meldde dat het om een grote brand moest gaan. Ik was twintig minuten nadat ik was opgeroepen ter plaatse. Er steeg een dikke zwarte rookwolk op. Dat is teken dat je te maken hebt een zich serieus ontwikkelende brand. Bij beginnende branden is de rook doorgaans wit of grijs."

Van Dijk kwam al snel tot het oordeel dat de brand gekwalificeerd moest worden als 'zeer groot'. Opschaling van het aantal brandbestrijders volgde snel. Een derde ploeg arriveerde plus een hoogwerker uit Dieren, de Eerbeekse brandweer arriveerde.

Van Dijk: "De brandhaard zat in de bakkerij, maar we wisten niet precies waar. We probeerden met ventilatoren aan weerszijde van het blok te voorkomen dat de brand zou uitbreiden. Eerbeekse brandweerlieden gingen met twee waterspuiten met elk een capaciteit van 450 liter per minuut naar binnen in een poging bij de brand te komen. Dat lukte niet. Bij een brand stel je je drie vragen: Weet je wat er brandt en waar, kun je erbij komen, heb je voldoende blusmiddelen om succesvol te kunnen bestrijden? Is het antwoord op één van die vragen 'nee', dan heb je te maken met een brand die zich uitbreidt. Op de eerste twee vragen was het antwoord 'nee'. Maar we konden wél onze slagkracht snel vergroten."

Twee grote tankwagens met bluswater werden aangevoerd, een tweede hoogwerker. Evenals een groot watertransportsysteem dat via een kilometer lange leidingwater uit de Leuvenheimsebeek naar de brandende panden leidde. Van Dijk: "We hebben de afgelopen jaren veel geïnvesteerd in tankauto's en watertransportsystemen. Bij grote branden is de capaciteit van het reguliere waterleidingnet soms te beperkt en het is natuurlijk ook zonde om brand te bestrijden met schoon drinkwater."

Op dat moment zijn er bijna 70 brandweermensen met de bestrijding van de vuurzee bezig. Ze slagen erin de cafetaria redelijk schadevrij te houden. Maar de wind jaagt het vuur op, richting het pand van Blokker. En slaat door in dat pand.

Van Dijk: "We kregen gaandeweg de boel onder controle. Om 04 uur kon ik het sein 'brand meester' geven. Dat wil niet zeggen dat het vuur uit is, maar dat het zich niet meer uitbreidt. Het moment waarop je die drie vragen met 'ja' kunt beantwoorden. Het definitief blussen en nablussen kan nog uren -ook hier- in beslag nemen."

Van Dijk kijkt tevreden terug op de bestrijding. "Natuurlijk evalueren we de aanpak. Hadden we anders kunnen of moeten doen? De conclusie is 'nee'. We waren snel ter plekke, konden voldoende slagkracht organiseren en we hadden de middelen om het vuur zo effectief mogelijk te bestrijden."

Er is nog een reden om tevreden terug te kijken. Van Dijk: "Hoe wrang misschien ook. Maar zo'n brand is wel goed voor de p.r. van de brandweer. Mensen zien wat we doen en dat levert waardering op. Bij die brand in Brummen waren er ook een paar die blijk gaven interesse te hebben in het brandweer werk. Dat is helemaal mooi. Want feit is dat de vrijwillige brandweer steeds moeilijker aan mensen kan komen. Als zo'n brand zorgt voor wat aanwas is dat tenminste nog een positief effect van zo'n ingrijpende gebeurtenis." 

Meer berichten
 


De oplossing voor week 45:

HOOFDPERSOONDe oplossing voor week 36: