Logo brummensnieuws.nl

Voor iedereen woning binnen twee jaar

BRUMMEN - Iedere doelgroep in Brummen -alleenstaanden, ouderen, gezinnen etc- moet in de nabije toekomst binnen twee jaar een woning kunnen vinden in de gemeente. Dat staat in de Woonagenda 2019 – 2023, die door het college is vastgesteld. Het is een actualisering van de drie jaar geleden gepresenteerde woonvisie.

Om de ambitie waar te maken wil Brummen onder meer de toekomstige woningbouw naadloos afstemmen op de woonbehoefte. Dat is geen sinecure, wat het aantal ontwikkelingen op huisvestingsgebied is groot. Werd in de periode 2009-2013 nog flink gebouwd, daarna zakte die activiteit in. In Eerbeek werden nauwelijks nog woningen opgeleverd, door de beperkingen vanuit milieuhinder van de industrie. Al daalt het aantal inwoners in de gemeente licht, toch zouden er tot 2028 nog eens 650 tot 700 woningen bij moeten komen om in de vraag te voorzien.

Brummen telde in 2018 in totaal 9030 huishoudens: ruim 3100 gezinnen met kinderen, een kleine 2600 alleenstaanden en 3350 tweepersoonshuishoudens. Maar die cijfers verschuiven. De verwachting is dat het aantal eenpersoonshuishoudens verder toeneemt. Vooral door de vergrijzing, waardoor mensen meer alleen achterblijven op hoge leeftijd. Daarnaast zijn er andere gezinsverbanden dan de traditionele: co-ouderschap bijvoorbeeld. In 2015 is daarbij de woningwet herzien. Een gevolg van die wet is dat woningcorporaties zich alleen nog richten op hun kerntaak: het huisvesten van mensen met een laag inkomen. Nadeel daarvan is dat mensen met een middeninkomen geen beroep meer kunnen doen op deze huurwoningen. Zij zijn aangewezen op een vrije sector-huurwoning of een koopwoning. Het aanbod van vrije sector-huurwoningen en goedkope koopwoningen in Brummen is echter beperkt. Doorstroming is daarbij lastig

Brummen verwacht dat in de sfeer van sociale huurwoningen de komende jaren behoefte is aan 95 tot 200 nieuwe woningen. In de categorie middenhuur (doelgroep welgestelde senioren) zijn tussen de 100 en 150 huizen nodig, die levensloopgeschikt zijn. Voor startende gezinnen en eenoudergezinnen moeten er 150 tot 200 woningen bijkomen met een middenhuur of betaalbare koopprijs. Voor de groeiende groep kleine huishoudens waaronder starters en seniorenzijn zijn ongeveer 150 extra woningen nodig. Tenslotte nog 50 tot 70 koopwoningen met name voor gezinnen die willen doorstromen.

Door het woningbouwprogramma telkens af te stemmen op de behoefte, hoopt Brummen dat er gemêleerde, vitale wijken blijven bestaan, waarin het goed leven is.

Meer berichten
 


De oplossing voor week 49:

DEMONSTRATIEDe oplossing voor week 36: