
AZC
IngezondenINGEZONDEN: Wij leven in Nederland in goeden doen, we hebben het veel beter dan de meeste mensen op de wereld. Ik vind het belangrijk om ons ‘goeden doen’ een beetje eerlijker te verdelen. Bijvoorbeeld door verlichting te bieden aan mensen die het zo slecht hebben dat ze hun huis en land moeten verlaten omdat dát nodig is om een veilige toekomst te kunnen hebben. Er ligt het plan voor een AZC in Brummen voor 350 vluchtelingen, daar ben ik blij mee. Financieel is het prettig dat het COA deze zaken kan regelen en uit handen neemt van de gemeente. Opvang van een kleinere groep kost de gemeente meer. De keuze tussen meer hulp bieden voor minder geld, of meer geld uitgeven aan minder hulp, lijkt me zakelijk en menselijk gezien een no-brainer.
Uiteraard is er tegenstand. Mensen verschillen nu eenmaal van mening. Daarom kiezen wij politici die zo goed mogelijk de verschillende meningen vertegenwoordigen en keuzes maken. Bij het bepalen van beleid over hete hangijzers kan het zinvol zijn om een referendum in te zetten. Dan is het belangrijk dat dit onpartijdig gehouden wordt met de juiste voorlichting en argumenten zodat burgers een weloverwogen keuze kunnen maken. Nu horen en zien we vooral een hard tegengeluid. Ik wil het college en de raad vragen om niet mee te gaan met de mensen die het hardst schreeuwen. Er is over het algemeen een veel grotere groep, die minder extreem, meer genuanceerd, maar ook véél stiller is.
Die weerstand die je in Brummen tegenkomt past in het patroon dat te zien is op diverse plaatsen in Nederland: Eerst is er weerstand tegen de komst van het AZC, dan blijkt de buurt nauwelijks of geen overlast te ervaren, soms zelfs gezelligheid. In de laatste fase is er weerstand wanner het AZC weer verdwijnt. In zijn reportage in de NRC van 7-11-2025 legt Stephan Pronk dit goed uit en verwijst hij naar een onderzoek van de Rijksuniversiteit uit Groningen waaruit blijkt dat de komst van een AZC doorgaans geen ernstige overlast veroorzaakt.
Marijn Singer





















