
Brummense imkers proberen de Aziatische hoornaar te slim te zijn
AlgemeenDoor: Henk Jan de Looff
BRUMMEN - Op een zachte voorjaarsavond bij de bijenstal aan de Voorsterweg in Brummen buigt een kleine groep zich over een glazen potje. “Kijk, daar gaat-ie,” zegt Tim Verbeek terwijl hij een hoornaar lijkt los te laten. Het is een demonstratie van een microzendertje waarmee John Bouwmeester rondloopt. Op een ontvangststation is de exacte locatie te volgen.
De avond is georganiseerd door Bouwmeester van imkersvereniging Brummen, medeorganisator is imkersvereniging Eerbeek. Hij ziet hoe het vak verandert. Waar het vroeger draaide om honing en bijengezondheid, is er nu een nieuwe dreiging: de Aziatische hoornaar, sinds kort Geelpoothoornaar genoemd. “Je begint elk seizoen fris, maar dit speelt altijd op de achtergrond,” zegt hij. Dat is niet zonder reden: één nest kan in een seizoen tot elf kilo insecten verorberen. Hommels, vlinders en bijen worden massaal gegeten, met gevolgen voor bestuiving en biodiversiteit.
Toch overheerst geen paniek, maar een praktische aanpak. Buiten staan selectieve vallen met zoete lokstof, zo ontworpen dat andere insecten worden gespaard. Ook worden lokpotten met suikerwater en een beetje alcohol besproken, bedoeld om honingbijen weg te houden en hoornaars te lokken.
Het opsporen van nesten is precisiewerk. Hoornaars worden gevangen, gemarkeerd en weer losgelaten. Met een stopwatch wordt hun terugkomst gemeten: twee minuten vliegen betekent een nest op zo’n 300 tot 500 meter afstand. Met een zender tussen kop en borststuk wordt de richting nog nauwkeuriger bepaald. Het vraagt geduld, samenwerking en een scherp oog.
De nesten zelf zijn lastig te vinden: eerst klein en verborgen, later hoog in bomen, soms tot dertig meter. Eén gemist nest kan leiden tot tientallen nieuwe het jaar erop. De cijfers zijn duidelijk. In Gelderland werden vorig jaar honderden nesten geteld en dat aantal groeit. Sommige provincies stoppen met bestrijden, maar Gelderland blijft investeren in vallen, zenders en vrijwilligers. Zo werd in 2025 een nest op boerderij De Meander verwijderd.
![]()
De Geelpoothoornaar
Vrijwilligers zijn onmisbaar en werken vaak ’s avonds of in het weekend. Via appgroepen delen ze informatie. Bij een vondst schakelt de provincie een deskundig verdelger in. Bij de bijenstal vat Bouwmeester het samen: “We krijgen hem er niet meer uit, maar we kunnen wel zorgen dat het beheersbaar blijft.” Met die instelling begint het seizoen opnieuw.





















