
Een gesprek met Adriaan van Dis.
AlgemeenBRUMMEN – Ter gelegenheid van de het 30-jarig bestaan was Adriaan van Dis afgelopen zondag in de bibliotheek van Brummen. Hij vertelde over het ontstaan van diverse van zijn boeken en zijn brede kijk op wat er in de wereld speelt. Onze redacteur Marita Klein heeft hem enkele persoonlijke vragen kunnen stellen.
“Stel Adriaan van Dis een vraag en je krijgt een heel uitgebreid antwoord. Waarbij hem tal van associaties invallen, waarmee hij zijn verhaal verlevendigd.” Adriaan van Dis woonde twaalf jaar in Eefde, maar verhuisde naar Amsterdam omdat zijn vriendin Ellen Jens een huisje aan zee had. Van 1986 tot zij in november 2023 overleed hadden zij een relatie. “Nu mis ik allebei: mijn vriendin en de Achterhoek. Binnenkort verhuis ik naar een kleiner appartement in Amsterdam.
Adriaan is voor deze zondag door iemand naar Brummen gebracht. “Maar ik rijd wel auto, al denken veel mensen dat ik daar te onhandig voor ben. Bijzonder is, dat het deze zondag de sterfdag van Ommie is, nu een jaar geleden. Over haar schreef ik “Naar zachtheid en warm omhelzen”, dat deze week de NS-publieksprijs won. Ommie was de huishoudster van mijn opa, bij wie ik vaak logeerde. In dat huis van mijn opa was geen speelgoed, geen stromend water, geen wc boven en geen tv. Er was wel een verrekijker, waarmee ik gebiologeerd een buurvrouw bespioneerde, die een houten been had. Van Ommie leerde ik warmte en moed. Beide had ik bij mijn ouders niet ontvangen. Ommie, de meid voor dag en nacht van mijn opa, verzette zich tegen haar dienende rol en was voor mij een oma. Warm en hartelijk. Ik was heel verdrietig toen ze stierf. Maar gelukkig heeft ze het schrijven van het boek nog helemaal meegemaakt. Ik las haar steeds de stukken voor, die klaar waren en kon haar het eerste exemplaar uitreiken. M’n uitgever heeft me een brief doorgestuurd van haar familie, die blij was met het boek.”
“Ik associeer er altijd op los, maar ik verantwoord me door te schrijven: “Alles is waar, behalve wat ik verzonnen heb”. Mijn leven lang al heb ik van alles een verhaal gemaakt, vooral van de nare dingen van het leven. We verlangen soms terug naar het leven van Ot en Sien. In mijn, in ons leven, is er ongelooflijk veel veranderd. Maar veranderingen, daar moet je je aan aanpassen. Willen we soepel de toekomst ingaan, moeten we veel van wat we geleerd hebben loslaten.”
Mijn familie (Adriaans moeder, met haar drie dochters en Adriaans vader) werd verjaagd uit het paradijs (Indonesië). Nu ik meer weet van ons koloniaal verleden zijn me de schellen van de ogen gevallen. Ik heb hier “De kolonie mept terug” over geschreven. Over witte arrogantie en voortschrijdend inzicht: een denk-oefening en leesreis. Weet dat er in de hele wereld jonge geleerden zijn, die heel anders naar Europa kijken dan wij over onszelf denken. Daar zullen we in de nabije toekomst mee te maken krijgen en ik ben heel bezorgd over wat ons te wachten staat. Ga met deze jongeren uit alle windstreken om de tafel zitten en hoor wat ze ons te vertellen hebben.”
“In het voorjaar komt er een nieuw boek uit van mij: “de Koffer”. In Rotterdam komt een migratiemuseum met een koffer doolhof. De koffer staat voor mij symbool voor de vluchtkoffer, die vroeger altijd bij ons klaar stond. De derde wereldoorlog of de Russen kunnen elk moment voor onze neus staan. Brussel waarschuwt ons voor een cyberaanval en raadt ons aan: cash geld in huis te hebben, veel bonen en voor één jaar water. Dat heb ik allemaal in huis en nog een hele warme poncho, die mij tot bij -40 graden warm houdt.”
“Deze zomer zou ik Zomergasten presenteren, maar ik kreeg een nek-hernia en het lukte niet. Nu voel ik me een stuk beter. Ik ga heel veel naar scholen om te weten wat er onder jongeren leeft en ze gedichten voor te lezen. Altijd zijn er wel een paar, die geraakt zijn door de gedichten. Ik raad de jongeren aan zich goed te informeren en daarbij diverse bronnen te raadplegen. Ook die bronnen, die niet iedereen bekijkt.”





















