Cultuurcaravan met wethouder Timmer
Cultuurcaravan met wethouder Timmer

Nipt zesje voor de Brummens bestuur

Algemeen

GEMEENTE BRUMMEN - Het Brummense bestuur krijgt een nipt zesje van de inwoners van de gemeente. Ruim 63 procent geeft de raadsleden en college weliswaar een voldoende, de gemiddelde waardering komt op een 5,9. Dat blijkt uit de zogeheten Bestuurskrachtmeting die is uitgevoerd door Bureau Berenschot in opdracht van de gemeente Brummen en Provincie Gelderland.

Het onderzoeks- en adviesbureau noemt de bestuurscultuur rommelig. De burgemeester was een constante factor binnen het college, maar de andere leden zijn in de afgelopen jaren vaak gewijzigd. De wethouders van buiten, Ine van Burgsteden (CDA, uit Arnhem) en Ingrid Timmer (D66 uit Zutphen) hebben wel een bestuurlijke kwaliteitsimpuls gebracht vinden de provincie en Brummense buurgemeenten. Dit omdat zij een meer strategische en open blik inbrengen.

De gemeenteraad van Brummen bestaat uit negentien raadszetels verdeeld over zeven politieke partijen. Ook hier zijn (veel) wisselingen geweest. De huidige griffier is de vierde in korte tijd. De raad mist zelf dualisme in de politieke cultuur van Brummen. Medewerkers schetsen dat de raad niet agenderend opereert. De Toekomstvisie 2030 is op de achtergrond geraakt. Er wordt gesproken over een gebrek aan structuur in vergaderingen. Diverse thema’s leidden tot politieke escalatie. De organisatie wordt geconfronteerd met veel vragen uit de raad.

Een rommelige bestuurscultuur, oordeelt Berenschot, die ruimte geeft aan een overheersend gevoel van wantrouwen van raad richting bestuur én andersom.

Bij zowel dorps- en wijkraden als bij maatschappelijke partners heerst veel scepsis over de slagkracht van het bestuur. Ze geven aan dat de politieke onrust voor hen voelbaar is geweest. Het bestuur vindt op zijn beurt de dorps- en wijkraden ‘erg op zichzelf’. Het bestuur en maatschappelijke partners pleiten voor verbetering van inwonersparticipatie.

Inwoners vinden overigens de deskundigheid van ambtenaren en de financiële situatie van de gemeente belangrijker dan het bestuur. Bijna alle respondenten karakteriseren de gemeentemedewerkers als loyale, hardwerkende krachten. Maar ook hier kraakt het. De werkdruk is hoog, er was een grote uitloop van mensen, vacatures zijn maar met moeite in te vullen. Een in 2016 ingezette reorganisatie loste problemen op maar is niet geheel geïmplementeerd. Er ontbreekt een toekomstperspectief. De vraag ‘waar gaan we naartoe als gemeente’ wordt niet of onvoldoende beantwoord. Een heldere ‘stip op de horizon’ en een aantal ontwikkelsporen kunnen helpen om zowel bestuurlijk als binnen de organisatie koers te houden, stelt Berenschot.