Een rot kop


Wat een rot kop, dacht ik: ‘Besteden of in 2023 terugbetalen!’ Hij stond boven een stuk in deze krant over extra aandacht voor peuters met een taalachterstand. Als de gemeente de middelen, die zij van het Rijk krijgt om onderwijsachterstand te bestrijden niet opmaakt moet het overgebleven geld terug naar Den Haag. Het wekt de indruk dat het straatarme Brummen met belastinggeld aan ’t smijten is. Is het een ongelukkige spin van de gemeente, of is het de koppenmaker?

De kloof tussen mensen met en zonder een goede opleiding wordt groter. Kinderen met een taalachterstand rijden hun hele schooltijd vlak voor de bezemwagen. Geprobeerd wordt peuters door ‘voorschoolse educatie’ bij te spijkeren. Het is allesbehalve spilzucht als de gemeente het voorschoolse programma versterkt. Het verdient een betere introductie dan een rot kop en het onnavolgbare jargon van de jeugdzorg.

Ik schaam mij een beetje voor het gemak waarmee ook ik de financiële problemen in het sociale domein heb beoordeeld. Je kunt je al niet precies voorstellen wat het sociale domein omvat. Het klinkt als een moderne benaming van de vroegere bijstand. Maar het is breder en de jeugdzorg hoort erbij. Het onderzoeksbureau Berenschot heeft vastgesteld dat Brummen naar verhouding veel kinderen heeft met zware hulpvragen. Stuur hen niet te gauw naar dure specialisten, maar doe het zelf en goedkoper, adviseert Berenschot. Leg meer verantwoordelijkheid bij de ouders. Stel een budgetplafond in: ’Als de pot leeg is wordt er geen zorg meer verleend’.

Een paar maanden geleden vond ik het goede raad. Maar nu leg ik het naast de berichten over kinderen met grote achterstand door het onderwijs op afstand, het huiselijk geweld en depressieve klachten. Wethouders uit het hele land pleiten voor een ‘deltaplan jeugd’. Hoe moet het verder met school, met werk, met studeren, met hun toekomst? Het is te veel voor een rot kop.