Flying doctors


Madame Bovary’s echtgenoot, de dorpsdokter van Yonville- l’Abbaye, moest opboksen tegen novenen en relikwieën. Hij legde het af tegen de pastoor. Patiënten kwamen niet opdagen.*)

In mijn jeugd was een dokter iemand in een groot huis, zoals de burgemeester en de notaris. En in zijn huis een ruime wachtkamer. Kwam je als zeventiende binnen dan wachtte je geduldig zestien wachtenden voor je af. Op zijn beurt nam de dokter, een sigaretje rokend, alle tijd voor een goed gesprek tijdens een huisbezoek. Twintig jaar geleden kon ik nog steeds bij de dokter aan huis terecht. Al wel op afspraak.

Nu is de doktor een huisartsenpraktijk in een kantoorachtige omgeving. Bij de mijne haal ik elk jaar een griepprik. Met een batterij praktijkondersteuners prikt het lekker weg. Als ik echt wat denk te mankeren gaat hij met me in gesprek, tien minuten volgens voorschrift. Z’n computer raadplegend stelt hij me gerust, schrijft een pilletje voor, of stuurt me naar een hoger echelon.

Concurrerende pastoors zijn er niet meer. Onze doktoren vechten niet tegen relikwieën maar tegen de markt van administratieve lasten. Covid-19 verandert alles. Mijn huisarts schrijft over de coronacrisis: ‘In het begin kregen we vooral veel vragen over het virus en moesten we de reguliere zorg afschaffen tot uitsluitend spoedvragen’. ‘Het is serieus werk’, zei een IC verpleegkundige onderkoeld in het radioprogramma Spraakmakers. De huisartsenpraktijk niet minder. De dokter in astronautenplastic, een ‘luchtwegspreekuur’, een patiëntenportaal, e-mailconsult, een wandelafspraak, de ‘huisarts light’. De huisarts en zijn praktijkondersteuners zijn de ‘flying doctors’ van de pandemie. Een tweede coronagolf wordt gevreesd. Maar voorlopig staat er in de krant: ‘Brummen al twee weken vrij van corona’.

*) Madame Bovary van Gustave Flaubert (1868). In Nederlandse vertaling, heruitgegeven door LJ Veen Klassiek (2020)